Jens Henrichs: ‘Bij een ongewenste zwangerschap is goede zorg extra hard nodig.’

496 keer bekeken 0 reacties

Lees over hoe Jens met zijn project de integrale zorg bij onbedoelde zwangerschappen wil verbeteren.

Centraal in zijn onderzoeksloopbaan staat de vraag ‘Hoe beïnvloedt de psychische gesteldheid van de moeder de ontwikkeling van het ongeboren kind?’ Zodoende raakte Jens, als senior onderzoeker verbonden aan de afdeling Verloskundige Wetenschap van het Amsterdam UMC, betrokken bij het onderzoek over de verbetering van de zorg bij een ongewenste zwangerschap.

Stress

‘Dat omgevingsfactoren de ontwikkeling van de foetus kunnen beïnvloeden, weten we inmiddels,’ begint Jens. ‘Zo is er bijvoorbeeld bewijs geleverd dat stress invloed heeft op de hersenontwikkeling. Kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap een natuurramp meemaakten, hebben relatief vaker cognitieve of gedragsproblemen. Zie je het verband met dit onderzoek? Een vrouw die ongewenst zwanger raakt, staat ook onder enorme spanning. Een goede begeleiding is dan extra noodzakelijk.’

Betere zorg

Jens: ‘We willen allereerst weten hoe vaak ongewenste zwangerschappen voorkomen. Daarnaast proberen we te begrijpen welke factoren ermee samenhangen. Via registratiedata van huisartsen en verloskundigen in meerdere regio’s hebben we toegang tot twee zeer grote databases. We kijken onder andere naar sociale problematiek en demografische factoren. Op die manier proberen we tot een nieuwe manier van zorg te komen die beter aansluit bij de vrouwen in kwestie.’

Kennis delen

‘Via interviews met vrouwen met ongewenste zwangerschappen en hun naasten, maar ook met huisartsen en verloskundigen, onderzoeken we hoe de zwangerschap wordt ervaren en welke zorgbehoeftes er zijn,’ vervolgt Jens. ‘Als we dat goed in kaart hebben gebracht, leggen we dat samen met de vastgestelde risicofactoren voor aan de deelnemende leergemeenschap bestaande uit ervaringsdeskundigen, zorgprofessionals en onderzoekers. Met deze inzichten kunnen we dan gezamenlijk een nog te kiezen zorginterventie aanpassen en een regionale pilot onder 20 vrouwen uitvoeren. En ja, als blijkt dat het werkt, willen we het natuurlijk landelijk gaan inzetten. Want als we de kennis hebben opgedaan hoe huisartsen en verloskundigen vrouwen die ongewenst zwanger zijn, beter kunnen begeleiden, gaan we die uiteraard delen.’

Tips opzet leernetwerk

De leergemeenschap die Jens in zijn onderzoek meerdere malen zal raadplegen en inzetten, trok de aandacht van collega-onderzoeker Marieke Sibon. ‘Waar moet je aan denken bij het opzetten van zo’n leernetwerk?’ vroeg zij zich af. ‘Het klinkt simpeler dan het is,’ beantwoordt Jens, ‘maar het moet natuurlijk een goede groep zijn. Daarmee bedoel ik dat alle deelnemers heel gemotiveerd zijn, echt iets hebben met het onderwerp. Daarmee creëer je een groep mensen die een gezamenlijk doel nastreeft en zich daar voor wil inzetten. En ervaringsdeskundigen moeten ook absoluut onderdeel uitmaken van de leergemeenschap. Elke stem moet vertegenwoordigd worden. Wat daarnaast bij ons goed werkt, is dat we er iemand bij hebben gehaald die als een soort vertaler in de groep functioneert. De taal van de onderzoekers en zorgverleners mag geen onduidelijkheid veroorzaken bij andere deelnemers. Diegene houdt ook in de gaten of iedereen z’n zegje heeft gedaan. Daardoor sneeuwt niemands stem onder in het geheel.’ 

Ik geef het stokje door aan…

Jens: ‘Het onderzoek van Pauline Jansen gaat ook uit van een epidemiologische aanpak. Ik vroeg me af hoe ze dat verder gaan aanpakken, dus wil daar graag meer over horen!’

Lees hier het interview met Pauline Jansen

Neem contact op met Jens

Afbeeldingen

Bekijk ook

Cookie-instellingen